IPM
IPM
IPM
Wat is het?
Concrete maatregelen tegen puntvervuiling, bodemerosie en drift zijn cruciaal om te vermijden dat gewasbeschermingsmiddelen in een waterloop of riool belanden. Maar minstens even belangrijk is hóe je met die middelen omgaat: hoe vaak, wanneer, in welke dosis en met welk product. Geïntegreerde gewasbescherming (IPM) biedt daarvoor een helder kader. Het uitgangspunt: zet gewasbeschermingsmiddelen pas in als het echt nodig is, en doe dat dan zo doelgericht mogelijk. IPM volgt een logische opbouw: eerst voorkomen, dan waarnemen, dan – als het niet anders kan – behandelen.
Wat is het?
Concrete maatregelen tegen puntvervuiling, bodemerosie en drift zijn cruciaal om te vermijden dat gewasbeschermingsmiddelen in een waterloop of riool belanden. Maar minstens even belangrijk is hóe je met die middelen omgaat: hoe vaak, wanneer, in welke dosis en met welk product. Geïntegreerde gewasbescherming (IPM) biedt daarvoor een helder kader. Het uitgangspunt: zet gewasbeschermingsmiddelen pas in als het echt nodig is, en doe dat dan zo doelgericht mogelijk. IPM volgt een logische opbouw: eerst voorkomen, dan waarnemen, dan – als het niet anders kan – behandelen.
Wat is het?
Concrete maatregelen tegen puntvervuiling, bodemerosie en drift zijn cruciaal om te vermijden dat gewasbeschermingsmiddelen in een waterloop of riool belanden. Maar minstens even belangrijk is hóe je met die middelen omgaat: hoe vaak, wanneer, in welke dosis en met welk product. Geïntegreerde gewasbescherming (IPM) biedt daarvoor een helder kader. Het uitgangspunt: zet gewasbeschermingsmiddelen pas in als het echt nodig is, en doe dat dan zo doelgericht mogelijk. IPM volgt een logische opbouw: eerst voorkomen, dan waarnemen, dan – als het niet anders kan – behandelen.






Voorkomen en opvolgen
Voorkomen en opvolgen
Voorkomen en opvolgen
Preventie
Voorkomen is de eerste stap in geïntegreerde gewasbescherming. Hoe minder ziektedruk er is, hoe minder behandelingen nodig zijn én hoe kleiner het risico op waterverontreiniging.
Preventie begint bij slimme teeltkeuzes. Kies voor robuuste rassen die minder gevoelig zijn voor ziekten en plagen. Bij aardappelen bijvoorbeeld kan het aantal bespuitingen tegen Phytophthora hierdoor sterk gereduceerd worden. Pas een doordachte teeltrotatie toe. Door niet steeds dezelfde teelt op hetzelfde perceel te zetten, onderbreek je de levenscyclus van ziekten, plagen en onkruiden. Investeer ook in een goede bodemgezondheid. Een gezonde bodem met een actief bodemleven maakt gewassen weerbaarder.
Preventie
Voorkomen is de eerste stap in geïntegreerde gewasbescherming. Hoe minder ziektedruk er is, hoe minder behandelingen nodig zijn én hoe kleiner het risico op waterverontreiniging.
Preventie begint bij slimme teeltkeuzes. Kies voor robuuste rassen die minder gevoelig zijn voor ziekten en plagen. Bij aardappelen bijvoorbeeld kan het aantal bespuitingen tegen Phytophthora hierdoor sterk gereduceerd worden. Pas een doordachte teeltrotatie toe. Door niet steeds dezelfde teelt op hetzelfde perceel te zetten, onderbreek je de levenscyclus van ziekten, plagen en onkruiden. Investeer ook in een goede bodemgezondheid. Een gezonde bodem met een actief bodemleven maakt gewassen weerbaarder.
Preventie
Voorkomen is de eerste stap in geïntegreerde gewasbescherming. Hoe minder ziektedruk er is, hoe minder behandelingen nodig zijn én hoe kleiner het risico op waterverontreiniging.
Preventie begint bij slimme teeltkeuzes. Kies voor robuuste rassen die minder gevoelig zijn voor ziekten en plagen. Bij aardappelen bijvoorbeeld kan het aantal bespuitingen tegen Phytophthora hierdoor sterk gereduceerd worden. Pas een doordachte teeltrotatie toe. Door niet steeds dezelfde teelt op hetzelfde perceel te zetten, onderbreek je de levenscyclus van ziekten, plagen en onkruiden. Investeer ook in een goede bodemgezondheid. Een gezonde bodem met een actief bodemleven maakt gewassen weerbaarder.
Monitoring en waarneming
De tweede stap is goed waarnemen. Behandel niet op basis van een vast schema, maar op basis van wat je ziet en meet in het veld. Waarschuwings- en waarnemingssystemen (W&W) zijn een van de hoofdpijlers van IPM.
- Monitor zelf regelmatig de toestand van je gewassen. Ga het veld in en controleer op ziektesymptomen, plagen of onkruiddruk.
- Maak gebruik van slimme waarschuwingssystemen. Zo publiceert Viaverda waarschuwingsberichten, onder meer voor aardappelziekte (Phytophthora).
- Volg de weersvoorspellingen op. Het weer heeft een grote impact op de ziektedruk én op het risico dat middelen in het oppervlaktewater terechtkomen.
Monitoring en waarneming
De tweede stap is goed waarnemen. Behandel niet op basis van een vast schema, maar op basis van wat je ziet en meet in het veld. Waarschuwings- en waarnemingssystemen (W&W) zijn een van de hoofdpijlers van IPM.
- Monitor zelf regelmatig de toestand van je gewassen. Ga het veld in en controleer op ziektesymptomen, plagen of onkruiddruk.
- Maak gebruik van slimme waarschuwingssystemen. Zo publiceert Viaverda waarschuwingsberichten, onder meer voor aardappelziekte (Phytophthora).
- Volg de weersvoorspellingen op. Het weer heeft een grote impact op de ziektedruk én op het risico dat middelen in het oppervlaktewater terechtkomen.
Monitoring en waarneming
De tweede stap is goed waarnemen. Behandel niet op basis van een vast schema, maar op basis van wat je ziet en meet in het veld. Waarschuwings- en waarnemingssystemen (W&W) zijn een van de hoofdpijlers van IPM.
- Monitor zelf regelmatig de toestand van je gewassen. Ga het veld in en controleer op ziektesymptomen, plagen of onkruiddruk.
- Maak gebruik van slimme waarschuwingssystemen. Zo publiceert Viaverda waarschuwingsberichten, onder meer voor aardappelziekte (Phytophthora).
- Volg de weersvoorspellingen op. Het weer heeft een grote impact op de ziektedruk én op het risico dat middelen in het oppervlaktewater terechtkomen.
Niet-chemische alternatieven
Voordat je naar gewasbeschermingsmiddelen grijpt, ga na of er niet-chemische alternatieven zijn. Denk aan biologische bestrijding (zoals het inzetten van natuurlijke vijanden), fysische methoden (zoals mechanische onkruidbestrijding) of teelttechnische ingrepen. Niet voor elke situatie bestaat een alternatief, maar waar het kan, verdient een niet-chemische aanpak de voorkeur.
Niet-chemische alternatieven
Voordat je naar gewasbeschermingsmiddelen grijpt, ga na of er niet-chemische alternatieven zijn. Denk aan biologische bestrijding (zoals het inzetten van natuurlijke vijanden), fysische methoden (zoals mechanische onkruidbestrijding) of teelttechnische ingrepen. Niet voor elke situatie bestaat een alternatief, maar waar het kan, verdient een niet-chemische aanpak de voorkeur.
Niet-chemische alternatieven
Voordat je naar gewasbeschermingsmiddelen grijpt, ga na of er niet-chemische alternatieven zijn. Denk aan biologische bestrijding (zoals het inzetten van natuurlijke vijanden), fysische methoden (zoals mechanische onkruidbestrijding) of teelttechnische ingrepen. Niet voor elke situatie bestaat een alternatief, maar waar het kan, verdient een niet-chemische aanpak de voorkeur.
Verantwoord behandelen
Is een behandeling met gewasbeschermingsmiddelen toch nodig, doe het dan zo doelgericht mogelijk. Hoe vaker je middelen gebruikt, hoe vaker je handelingen uitvoert met een risico op afspoelen in een waterloop of riool. Het gaat daarbij niet alleen om het sproeien of strooien zelf, maar ook om het vullen, spoelen en omgaan met restproduct.
Verantwoord behandelen
Is een behandeling met gewasbeschermingsmiddelen toch nodig, doe het dan zo doelgericht mogelijk. Hoe vaker je middelen gebruikt, hoe vaker je handelingen uitvoert met een risico op afspoelen in een waterloop of riool. Het gaat daarbij niet alleen om het sproeien of strooien zelf, maar ook om het vullen, spoelen en omgaan met restproduct.
Verantwoord behandelen
Is een behandeling met gewasbeschermingsmiddelen toch nodig, doe het dan zo doelgericht mogelijk. Hoe vaker je middelen gebruikt, hoe vaker je handelingen uitvoert met een risico op afspoelen in een waterloop of riool. Het gaat daarbij niet alleen om het sproeien of strooien zelf, maar ook om het vullen, spoelen en omgaan met restproduct.
Het juiste middel kiezen
Is een behandeling met gewasbeschermingsmiddelen toch nodig, doe het dan zo doelgericht mogelijk. Kies het meest geschikte middel voor de situatie: zo specifiek mogelijk, met zo weinig mogelijk neveneffecten op het milieu. Let daarbij ook op resistentiemanagement: wissel af tussen producten met verschillende resistentieklassen. Herhaald gebruik van producten met dezelfde resistentieklasse werkt resistentie in de hand; werkzame stoffen worden dan minder effectief, waardoor bijkomende behandelingen nodig zijn. Het gevolg zijn hogere kosten én een groter risico op waterverontreiniging.
Het juiste middel kiezen
Is een behandeling met gewasbeschermingsmiddelen toch nodig, doe het dan zo doelgericht mogelijk. Kies het meest geschikte middel voor de situatie: zo specifiek mogelijk, met zo weinig mogelijk neveneffecten op het milieu. Let daarbij ook op resistentiemanagement: wissel af tussen producten met verschillende resistentieklassen. Herhaald gebruik van producten met dezelfde resistentieklasse werkt resistentie in de hand; werkzame stoffen worden dan minder effectief, waardoor bijkomende behandelingen nodig zijn. Het gevolg zijn hogere kosten én een groter risico op waterverontreiniging.
Het juiste middel kiezen
Is een behandeling met gewasbeschermingsmiddelen toch nodig, doe het dan zo doelgericht mogelijk. Kies het meest geschikte middel voor de situatie: zo specifiek mogelijk, met zo weinig mogelijk neveneffecten op het milieu. Let daarbij ook op resistentiemanagement: wissel af tussen producten met verschillende resistentieklassen. Herhaald gebruik van producten met dezelfde resistentieklasse werkt resistentie in de hand; werkzame stoffen worden dan minder effectief, waardoor bijkomende behandelingen nodig zijn. Het gevolg zijn hogere kosten én een groter risico op waterverontreiniging.
De juiste dosis en toepassingsmethode
Gebruik steeds de dosis die op het etiket staat – niet meer, niet minder. Een te hoge dosis verhoogt het risico op waterverontreiniging; een te lage dosis is minder effectief en kan resistentie bevorderen. Pas ook de toepassingsmethode aan de situatie aan: de juiste spuitdruk, het juiste spuitvolume en de juiste rijsnelheid maken een verschil in effectiviteit én in het risico op drift of puntvervuiling.

De juiste dosis en toepassingsmethode
Gebruik steeds de dosis die op het etiket staat – niet meer, niet minder. Een te hoge dosis verhoogt het risico op waterverontreiniging; een te lage dosis is minder effectief en kan resistentie bevorderen. Pas ook de toepassingsmethode aan de situatie aan: de juiste spuitdruk, het juiste spuitvolume en de juiste rijsnelheid maken een verschil in effectiviteit én in het risico op drift of puntvervuiling.

De juiste dosis en toepassingsmethode
Gebruik steeds de dosis die op het etiket staat – niet meer, niet minder. Een te hoge dosis verhoogt het risico op waterverontreiniging; een te lage dosis is minder effectief en kan resistentie bevorderen. Pas ook de toepassingsmethode aan de situatie aan: de juiste spuitdruk, het juiste spuitvolume en de juiste rijsnelheid maken een verschil in effectiviteit én in het risico op drift of puntvervuiling.

Het juiste moment
Een goede timing verkleint de kans dat middelen in een waterloop of riool belanden, bijvoorbeeld via drift of bodemerosie. Gebruik middelen wanneer ze het meest effectief zijn. Veel middelen zijn enkel effectief (en wettelijk toegelaten) tijdens bepaalde fases in de teeltcyclus, zoals de bladontwikkeling of bloei. Tegen ziekten wordt bovendien vaak preventief behandeld, omwille van het werkingsmechanisme van de middelen.
Houd bij de timing ook rekening met de weersomstandigheden. Sproei niet bij veel wind (zie Drift) en vermijd behandelingen net voor of tijdens hevige regen op erosiegevoelige percelen (zie Bodemerosie).
Bij gevoelige teelten, zoals aardappelen, kan het nodig zijn om vaker te behandelen, zeker bij hoge ziektedruk. Maar ook daar blijft het belangrijk om behandelingen correct te timen en onnodige herhalingen te vermijden.
Het juiste moment
Een goede timing verkleint de kans dat middelen in een waterloop of riool belanden, bijvoorbeeld via drift of bodemerosie. Gebruik middelen wanneer ze het meest effectief zijn. Veel middelen zijn enkel effectief (en wettelijk toegelaten) tijdens bepaalde fases in de teeltcyclus, zoals de bladontwikkeling of bloei. Tegen ziekten wordt bovendien vaak preventief behandeld, omwille van het werkingsmechanisme van de middelen.
Houd bij de timing ook rekening met de weersomstandigheden. Sproei niet bij veel wind (zie Drift) en vermijd behandelingen net voor of tijdens hevige regen op erosiegevoelige percelen (zie Bodemerosie).
Bij gevoelige teelten, zoals aardappelen, kan het nodig zijn om vaker te behandelen, zeker bij hoge ziektedruk. Maar ook daar blijft het belangrijk om behandelingen correct te timen en onnodige herhalingen te vermijden.
Het juiste moment
Een goede timing verkleint de kans dat middelen in een waterloop of riool belanden, bijvoorbeeld via drift of bodemerosie. Gebruik middelen wanneer ze het meest effectief zijn. Veel middelen zijn enkel effectief (en wettelijk toegelaten) tijdens bepaalde fases in de teeltcyclus, zoals de bladontwikkeling of bloei. Tegen ziekten wordt bovendien vaak preventief behandeld, omwille van het werkingsmechanisme van de middelen.
Houd bij de timing ook rekening met de weersomstandigheden. Sproei niet bij veel wind (zie Drift) en vermijd behandelingen net voor of tijdens hevige regen op erosiegevoelige percelen (zie Bodemerosie).
Bij gevoelige teelten, zoals aardappelen, kan het nodig zijn om vaker te behandelen, zeker bij hoge ziektedruk. Maar ook daar blijft het belangrijk om behandelingen correct te timen en onnodige herhalingen te vermijden.
Een werkbare planning
Plan behandelingen zo dat je altijd kunt werken onder geschikte omstandigheden. Voorzie daarbij voldoende marges: reservemomenten om onvoorziene omstandigheden op te vangen, zoals uitstel door regen, zodat je steeds bij geschikt weer kunt behandelen. Werk ook op maat, want erosiegevoelige percelen vereisen een andere aanpak dan percelen die daar niet gevoelig voor zijn, en ook van gewas tot gewas verschilt de aanpak.
Een werkbare planning
Plan behandelingen zo dat je altijd kunt werken onder geschikte omstandigheden. Voorzie daarbij voldoende marges: reservemomenten om onvoorziene omstandigheden op te vangen, zoals uitstel door regen, zodat je steeds bij geschikt weer kunt behandelen. Werk ook op maat, want erosiegevoelige percelen vereisen een andere aanpak dan percelen die daar niet gevoelig voor zijn, en ook van gewas tot gewas verschilt de aanpak.
Een werkbare planning
Plan behandelingen zo dat je altijd kunt werken onder geschikte omstandigheden. Voorzie daarbij voldoende marges: reservemomenten om onvoorziene omstandigheden op te vangen, zoals uitstel door regen, zodat je steeds bij geschikt weer kunt behandelen. Werk ook op maat, want erosiegevoelige percelen vereisen een andere aanpak dan percelen die daar niet gevoelig voor zijn, en ook van gewas tot gewas verschilt de aanpak.
Toelatingsvoorwaarden

Gewasbeschermingsmiddelen toepassen aan de juiste dosis en met de correcte toepassingsmethode is een belangrijk onderdeel van IPM. Maar even belangrijk is nagaan óf een middel mag worden gebruikt, en onder welke voorwaarden. Er bestaan heel wat gewasbeschermingsmiddelen op de markt, maar niet elk product is toegelaten in België. Of een middel in België gebruikt mag worden, hangt af van een toelatingsprocedure in twee stappen. Europa bepaalt eerst welke werkzame stoffen aanvaardbaar zijn op basis van hun impact op mens, natuur en milieu. Daarna bepaalt België welke concrete producten toegelaten worden, en legt voor elk van die producten bindende gebruiksvoorwaarden op. Enkele van die voorwaarden zijn specifiek bedoeld om verontreiniging van oppervlaktewater te beperken. De lijst met toegelaten producten en bijhorende gebruiksvoorwaarden vind je op Fytoweb.
De toelatingsvoorwaarden zijn concrete voorschriften om gewasbeschermingsmiddelen op de best mogelijk manier te gebruiken. Ze geven minstens aan: voor welke teelten een product gebruikt mag worden, tegen welke ziektes, plagen of onkruiden, in welke dosissen, met welke beperkingen op vlak van frequentie (zoals het maximale aantal toepassingen per teelt of seizoen en de minimumperiode tussen twee toepassingen) en welke wachttijden er zijn (zoals wachttijden voor de oogst).
Verder kunnen ook voorwaarden van toepassing zijn om gebruikers en milieu te beschermen. Bij milieubescherming gaat het bijvoorbeeld over de minimale afstand tussen akker en waterloop, de productspecifieke bufferzone, bijkomende maatregelen tegen drift en beperkingen op basis van perceelskenmerken zoals hellingen, erosiegevoeligheid, bodemtype of drainage.
Alle voorwaarden zijn steeds vermeld op het etiket en de toelatingsakte. Ze zijn juridisch bindend, afwijkingen zijn dus niet toegelaten.
Toelatingsvoorwaarden

Gewasbeschermingsmiddelen toepassen aan de juiste dosis en met de correcte toepassingsmethode is een belangrijk onderdeel van IPM. Maar even belangrijk is nagaan óf een middel mag worden gebruikt, en onder welke voorwaarden. Er bestaan heel wat gewasbeschermingsmiddelen op de markt, maar niet elk product is toegelaten in België. Of een middel in België gebruikt mag worden, hangt af van een toelatingsprocedure in twee stappen. Europa bepaalt eerst welke werkzame stoffen aanvaardbaar zijn op basis van hun impact op mens, natuur en milieu. Daarna bepaalt België welke concrete producten toegelaten worden, en legt voor elk van die producten bindende gebruiksvoorwaarden op. Enkele van die voorwaarden zijn specifiek bedoeld om verontreiniging van oppervlaktewater te beperken. De lijst met toegelaten producten en bijhorende gebruiksvoorwaarden vind je op Fytoweb.
De toelatingsvoorwaarden zijn concrete voorschriften om gewasbeschermingsmiddelen op de best mogelijk manier te gebruiken. Ze geven minstens aan: voor welke teelten een product gebruikt mag worden, tegen welke ziektes, plagen of onkruiden, in welke dosissen, met welke beperkingen op vlak van frequentie (zoals het maximale aantal toepassingen per teelt of seizoen en de minimumperiode tussen twee toepassingen) en welke wachttijden er zijn (zoals wachttijden voor de oogst).
Verder kunnen ook voorwaarden van toepassing zijn om gebruikers en milieu te beschermen. Bij milieubescherming gaat het bijvoorbeeld over de minimale afstand tussen akker en waterloop, de productspecifieke bufferzone, bijkomende maatregelen tegen drift en beperkingen op basis van perceelskenmerken zoals hellingen, erosiegevoeligheid, bodemtype of drainage.
Alle voorwaarden zijn steeds vermeld op het etiket en de toelatingsakte. Ze zijn juridisch bindend, afwijkingen zijn dus niet toegelaten.
Toelatings-
voorwaarden
Gewasbeschermingsmiddelen toepassen aan de juiste dosis en met de correcte toepassingsmethode is een belangrijk onderdeel van IPM. Maar even belangrijk is nagaan óf een middel mag worden gebruikt, en onder welke voorwaarden. Er bestaan heel wat gewasbeschermingsmiddelen op de markt, maar niet elk product is toegelaten in België. Of een middel in België gebruikt mag worden, hangt af van een toelatingsprocedure in twee stappen. Europa bepaalt eerst welke werkzame stoffen aanvaardbaar zijn op basis van hun impact op mens, natuur en milieu. Daarna bepaalt België welke concrete producten toegelaten worden, en legt voor elk van die producten bindende gebruiksvoorwaarden op. Enkele van die voorwaarden zijn specifiek bedoeld om verontreiniging van oppervlaktewater te beperken. De lijst met toegelaten producten en bijhorende gebruiksvoorwaarden vind je op Fytoweb.
De toelatingsvoorwaarden zijn concrete voorschriften om gewasbeschermingsmiddelen op de best mogelijk manier te gebruiken. Ze geven minstens aan: voor welke teelten een product gebruikt mag worden, tegen welke ziektes, plagen of onkruiden, in welke dosissen, met welke beperkingen op vlak van frequentie (zoals het maximale aantal toepassingen per teelt of seizoen en de minimumperiode tussen twee toepassingen) en welke wachttijden er zijn (zoals wachttijden voor de oogst).
Verder kunnen ook voorwaarden van toepassing zijn om gebruikers en milieu te beschermen. Bij milieubescherming gaat het bijvoorbeeld over de minimale afstand tussen akker en waterloop, de productspecifieke bufferzone, bijkomende maatregelen tegen drift en beperkingen op basis van perceelskenmerken zoals hellingen, erosiegevoeligheid, bodemtype of drainage.
Alle voorwaarden zijn steeds vermeld op het etiket en de toelatingsakte. Ze zijn juridisch bindend, afwijkingen zijn dus niet toegelaten.

Werken op maat
De toelatingsvoorwaarden gelden steeds in een welbepaalde context. Een product kan in de ene teelt of tegen één ziekte toegelaten zijn, maar in andere teelten of tegen andere ziekten verboden zijn. Ook binnen dezelfde teelt kunnen de voorwaarden verschillen naargelang de toepassing, onder meer wat betreft de dosis, het maximale aantal behandelingen, de tijd tussen twee behandelingen of de bijkomende bufferzone.
Werk dus steeds op maat van specifieke teelten en percelen, en ga grondig na wat is toegelaten en onder welke voorwaarden.
Werken op maat
De toelatingsvoorwaarden gelden steeds in een welbepaalde context. Een product kan in de ene teelt of tegen één ziekte toegelaten zijn, maar in andere teelten of tegen andere ziekten verboden zijn. Ook binnen dezelfde teelt kunnen de voorwaarden verschillen naargelang de toepassing, onder meer wat betreft de dosis, het maximale aantal behandelingen, de tijd tussen twee behandelingen of de bijkomende bufferzone.
Werk dus steeds op maat van specifieke teelten en percelen, en ga grondig na wat is toegelaten en onder welke voorwaarden.
Werken op maat
De toelatingsvoorwaarden gelden steeds in een welbepaalde context. Een product kan in de ene teelt of tegen één ziekte toegelaten zijn, maar in andere teelten of tegen andere ziekten verboden zijn. Ook binnen dezelfde teelt kunnen de voorwaarden verschillen naargelang de toepassing, onder meer wat betreft de dosis, het maximale aantal behandelingen, de tijd tussen twee behandelingen of de bijkomende bufferzone.
Werk dus steeds op maat van specifieke teelten en percelen, en ga grondig na wat is toegelaten en onder welke voorwaarden.
Voorwaarden kunnen veranderen
Toelatingsvoorwaarden zijn geen vast gegeven. Soms worden ze aangepast, bijvoorbeeld op basis van nieuwe wetenschappelijke inzichten of risico-analyses. Er bestaan ook tijdelijke toelatingen, zoals noodtoelatingen, die meestal gepaard gaan met specifieke beperkingen. Raadpleeg daarom steeds de meest recente informatie vooraleer je middelen gebruikt. Je kunt daarvoor terecht op Fytoweb.
Voorwaarden kunnen veranderen
Toelatingsvoorwaarden zijn geen vast gegeven. Soms worden ze aangepast, bijvoorbeeld op basis van nieuwe wetenschappelijke inzichten of risico-analyses. Er bestaan ook tijdelijke toelatingen, zoals noodtoelatingen, die meestal gepaard gaan met specifieke beperkingen. Raadpleeg daarom steeds de meest recente informatie vooraleer je middelen gebruikt. Je kunt daarvoor terecht op Fytoweb.
Voorwaarden kunnen veranderen
Toelatingsvoorwaarden zijn geen vast gegeven. Soms worden ze aangepast, bijvoorbeeld op basis van nieuwe wetenschappelijke inzichten of risico-analyses. Er bestaan ook tijdelijke toelatingen, zoals noodtoelatingen, die meestal gepaard gaan met specifieke beperkingen. Raadpleeg daarom steeds de meest recente informatie vooraleer je middelen gebruikt. Je kunt daarvoor terecht op Fytoweb.
Evaluatie en bijsturing
Evalueer na elk seizoen welke behandelingen effectief waren en welke niet. Registreer wat je hebt toegepast, wanneer en met welk resultaat. Zo kun je je aanpak jaar na jaar bijsturen en het gebruik van middelen verder optimaliseren; beter voor je portemonnee én voor de waterkwaliteit.
Evaluatie en bijsturing
Evalueer na elk seizoen welke behandelingen effectief waren en welke niet. Registreer wat je hebt toegepast, wanneer en met welk resultaat. Zo kun je je aanpak jaar na jaar bijsturen en het gebruik van middelen verder optimaliseren; beter voor je portemonnee én voor de waterkwaliteit.
Evaluatie en bijsturing
Evalueer na elk seizoen welke behandelingen effectief waren en welke niet. Registreer wat je hebt toegepast, wanneer en met welk resultaat. Zo kun je je aanpak jaar na jaar bijsturen en het gebruik van middelen verder optimaliseren; beter voor je portemonnee én voor de waterkwaliteit.




